Ontvang de nieuwsbrief

E-mail:

Wordt fan op Facebook

Bezoek De Zonnegloed op Facebook
De Zonnegloed - konijn.jpgDe Zonnegloed - foto-paardentocht.jpgDe Zonnegloed - foto-tractortocht.jpgDe Zonnegloed - stinkdier.jpgDe Zonnegloed - wallabie.jpgDe Zonnegloed - foto-kop-groep01.jpgDe Zonnegloed - foto-kop-wasberen.jpgDe Zonnegloed - lama.jpgDe Zonnegloed - foto-kop-pauw.jpgDe Zonnegloed - uil.jpgDe Zonnegloed - foto-kop-ijzerzicht.jpgDe Zonnegloed - capibara.jpgDe Zonnegloed - foto-kop-bisons.jpgDe Zonnegloed - stekelvarken.jpgDe Zonnegloed - foto-paarden.jpgDe Zonnegloed - capibara2.jpg

Kerkuil

Kerkuilen komen overal ter wereld voor. Ze zijn zeer goede muizen- en knaagdierenjagers. Hun vleugelveren hebben een viltachtige franjerand, zodat kerkuilen geruisloos kunnen vliegen en hun prooi niet opschrikken. Ook wordt zo hun eigen, vlijmscherpe gehoor niet verstoord. De ooropeningen zijn op verschillende hoogte in de kop geplaatst. Daardoor kunnen ze precies de richting van minuscule geluiden bepalen. De verenkrans rond het hartvormige gezicht werkt als een soort “schotelantenne” waarmee geluiden nog beter te traceren zijn.

Hoewel de kerkuil in Nederland door de veranderingen in de landbouw zeldzaam geworden is, heeft hij het grootste verspreidingsgebied van alle uilen. Ook in tropische gebieden waaronder het Amazonegebied en droge streken als Centraal Australië komt deze soort voor.

Vooral de witte kleur van zijn gezicht en de onderkant van zijn vleugels is opvallend. Het vrouwtje broedt en houdt de jongen enkele weken warm terwijl het mannetje op jacht gaat en prooi brengt.

Wetensch. naam Tyto alba
Engelse naam barn owl
Verspreiding wereldwijd, in Azië alleen zuidelijk
Voedsel vooral kleine knaagdieren
Lengte 29 - 44 cm
Gewicht 300 - 650 gram
Status algemeen

De kerkuil (Tyto alba) is zeer wijd verbreid en komt voor in Amerika, Europa, Azië, Australië en Afrika. Zoals bij veel andere uilen (en ook roofvogels) is het vrouwtje iets groter en zwaarder dan het mannetje. Deze uil is ongeveer 35 cm groot en hij leeft in open of half-open laaglandgebieden waaronder cultuurland als steden, dorpen en landbouwgrond. ’s Nachts gaat de kerkuil op zoek naar kleine knaagdieren. Tijdens de jacht vliegt hij vooral laag over de grond. Boomholten, ruïnes, schuren en bijgebouwen worden als nestruimte gebruikt door de kerkuil.

Voorkomen in Nederland en België

Tyto alba guttata

De hartvormige vrijwel witte gezichtssluier is rond de zwarte ogen roodbruin tot lichtbruin gekleurd. De vleugels zijn asgrijs met oranjebruin, overspikkeld met langwerpige, zwart-witte druppelvlekjes, die vanaf de bovenkop naar de vleugeldekveren steeds groter worden. Verder zijn de grijze partijen fijn dwarsgestreept. Over de slag- en armpennen lopen duidelijke brede dwarsbanden van oranjebruin en grijs. De staart heeft dezelfde tekening. Borst- en buikzijde zijn oranjegeel tot donkerbruin, gespikkeld met donkerbruine, ruitvormige vlekjes. Bij het uitslaan van de vleugels is de spikkeling ook te zien op de lichtgekleurde ondervleugels. De poten zijn tot aan de tenen bedekt met witte haren. Toch is het een lichtgekleurde vogel die vooral in de vlucht een bijna witte indruk maakt.

Tyto alba alba

De onderzijde van deze soort is volledig wit met kleine stippels en vlekken. Ook de bovendelen zijn veel lichter (grijzer) van kleur. De lichte vorm (T. alba alba) is zeldzaam in Nederland.

Status in Nederland

Tot in de jaren 1950 broedde er in Nederland tussen de 1800 en 3500 paar kerkuilen. In de jaren 1960 ging dit hard achteruit. De strenge winter van 1963 bracht ook nog eens grote schade toe. Veranderingen in het agrarisch bedrijf, zoals de vervanging van graanschuren door voedersilo's werkten ook nadelig, omdat deze schuren een geliefd jachtterrein waren van de kerkuil. Na nog een strenge winter werd een dieptepunt bereikt in 1979 met hoogstens nog 100 broedparen kerkuilen in Nederland.

Het plaatsen en onderhouden van speciale nestkasten voor deze uilensoort (in combinatie met zachte winters) bleek enorm succesvol. Hiervoor bestaat de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland, een landelijke organisatie van ongeveer 1000 vrijwilligers, werkzaam in 16 regio’s die ruim 10.000 kerkuilnestkasten beheren en controleren. Na 1989 ging het dankzij deze activiteiten snel bergopwaarts met de kerkuil. In 2007 schatte SOVON het aantal broedparen op 1.150 - 2.000 paar. Ondanks dit succes staat de kerkuil nog als kwetsbaar op de Nederlandse rode lijst. De vogel blijft kwetsbaar door de enorme toename in het autoverkeer en de eenvormigheid van het agrarische cultuurlandschap.

Afmetingen

Vrouwtje: Totale lengte 34-40 cm, gewicht: tot 570 g Mannetje: Totale lengte 32-38 cm, gewicht: tot 470 g

Aanzicht

De Kerkuil is ongeveer 35 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm. De bovenzijde (rugzijde) heeft een goudbruine tot leigrijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit en kan al naargelang de verschillende ondersoorten helemaal wit tot gespikkeld zijn. Hij is zeer goed herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht (de sluier), met de donkere ogen pal naar voor gericht.

Afbeeldingen