en fr es

Das Meles meles

Das - De Zonnegloed - Dierenpark - Dieren opvangcentrum - Sanctuary Adopteer deze Das

Kenmerken

Grootte:
68 - 80 cm
Voedsel:
Regenwormen en insecten, jonge konijnen, muizen, mollen, kikkers, slakken, aas, eieren en vruchten.
Gewicht:
9 - 17 kg
Leeftijd:
15 jaar
Draagtijd:
9 - 12 maand
Status:
Minste zorg
Familie:
Das
Leefomgeving:
glooiend landschap, loofbossen, grasvelden.
Leefgebied:
Europa, Noord- Centraal- en Oost_Azië

Dieren in onze sanctuary

Maud
Geboortedatum
20-03-2011
Datum aankomst
10-01-2014
Maud

Maud komt, samen met de andere dassen, van een dierenpark waar hij plaats moest maken voor dieren die deelnemen aan internationale kweekprogramma?s. Kweekprogramma?s om dieren die met uitsterven bedreigd zijn, in stand te houden.


Tess
Geboortedatum
08-03-2004
Datum aankomst
10-01-2014
Tess

Tess komt, samen met de andere dassen, van een dierenpark waar ze plaats moest maken voor dieren die deelnemen aan internationale kweekprogramma?s. Kweekprogramma?s om dieren die met uitsterven bedreigd zijn, in stand te houden.


Waar voelt hij zich op zijn best?

De Europese das komt samen met de verwante soorten Aziatischedas (Meles leucurus) en Japanse das (Meles anakuma) voor in het grootste gedeelte van Europa en Noord-, Centraal- en Oost Azië.  De das komt voornamelijk voor in glooiend landschap, bestaande uit loofbossen, afgewisseld met grasvelden.  Ze kunnen zelfs in grote tuinen worden aangetroffen (bijvoorbeeld in Engeland).  In bergen komen ze voor tot de boomgrens.

Wat eet hij graag?

Dassen eten voornamelijk regenwormen, insecten, larven en plantaardig voedsel als vruchten, knollen, granen, klaver en gras.  Tot hun dieet behoren ook slakken, amfibieën en kleine zoogdieren, op de grond broedende vogels en hun eieren, aas en zelfs egels.  De dieren zijn meer carnivoor in de lente en meer herbivoor in de herfst.

 

MEER INFO


De das is onze grootste inheemse marterachtige. Door zijn erg gedrongen lichaamsbouw werd vroeger gedacht, dat de das tot de familie van de beren behoorde. Grote ondergrondse burchten kunnen duiden op zijn aanwezigheid.

Hoe kan je de das herkennen?

Van kop tot romp kan een das 70 tot 80 cm worden, zijn staart is kort en meet 12 tot 20 cm. Een das heeft een schouderhoogte van zo’n 30 cm. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes.
De das heeft een erg herkenbare vachttekening; de kop heeft opvallende zwart-witte banden en de oren zijn zwart met een witte rand. De bovenzijde van zijn rug is grijs, de buikzijde en de poten zijn zwart.
Met zijn wigvormige lichaam, kleine kop en lange snuit is de das goed aangepast aan het leven in de gangen van zijn ondergrondse burcht. Met zijn korte, sterke poten en stevige nagels kan hij goed graven.

Wat eet de das?

Dassen zijn omnivoren en eten dus vrijwel alles. Tijdelijke en verschillende voedselbronnen zorgen ervoor dat de das het hele jaar door voedsel vindt. Regenwormen, kevers, rupsen en larven staan op het menu. Naargelang het seizoen, is de das verlekkerd op kersen, pruimen en andere vruchten, die van de bomen vallen. Gras, graan en maïs lusten ze ook en wanneer ze toevallig jonge muizen of vogeleieren vinden, smullen ze hier beslist van.

Waar leeft de das?

De das komt bijna in geheel Europa en grote zones van Azië voor. Een gevarieerd landschap, met bossen en grasvelden, vormt de ideale biotoop voor hen. Of een das zich ergens permanent zal vestigen, hangt af van de aanwezigheid van goede voedselgronden.
Dassen zijn ’s nachts actief en vertoeven voor het grootste gedeelte van de dag in hun ondergrondse burchten. Hun leefgebied moet dus ook geschikt zijn om burchten te graven of al bestaande, verlaten burchten bevatten. Een dassenburcht gaat vaak generaties mee en wordt meerdere malen uitgebreid. Een dergelijke burcht heeft verschillende ingangen en meterslange, ondergrondse gangen. Naast meerdere burchten, voorzien dassen ook voldoende speelplekken, krabbomen en latrines in hun territorium.


Hoe plant de das zich voort?

Per territorium of clan is er een dominant vrouwtje, zij is in principe de enige die jongen krijgt. Een clan bestaat, al naargelang de regio, uit zo’n 3 tot 6 dieren. Er is geen vaste paartijd, het vrouwtje kan het hele jaar door paren. De bevruchte eicellen blijven evenwel in kiemrust tot december. Pas daarna ontwikkelen de eicellen zich verder en in februari  worden er 2 tot 3 blinde en bijna kale jongen geboren. De jongen verlaten na 8 tot 9 weken de burcht om de omgeving te verkennen en hun moeder te vergezellen op haar voedselzoektochten. Vanaf juni  durven ze er alleen op uit te trekken.

Hoe krijg je de das te zien?

Dassen worden doorheen heel Vlaanderen waargenomen. Door de jacht en het vernielen van dassenburchten is de das in Oost- en West-Vlaanderen zeldzaam, en in Antwerpen en Vlaams-Brabant is hij mogelijk nog zeldzamer. In verschillende zuidelijke delen van Limburg komen ze wel vaak voor. Vrouwtjes krijgen gemiddeld 3 jongen per worp, hierdoor kan de Vlaamse populatie dassen zich snel herstellen. Maar het verkeer eist ook hier zijn tol, een dode das langs de weg is zeker geen uitzondering.

Weetjes over de das

Naargelang het aantal dieren in een clan en de ligging en het gebruik van het territorium, is er een bepaalde structuur waar te nemen. In de hoofdburcht worden de jongen geboren. Nabij de hoofdburcht bevinden zich een aantal bijburchten, deze doen dienst als reserveburchten en zijn dus niet permanent bezet. Verderaf de hoofdburcht kan er zich een ‘subsidiary’ burcht bevinden. Ook deze burcht is niet permanent bezet, maar kan naargelang het seizoen ingenomen worden, vaak is deze burcht gelegen nabij een tijdelijke voedselbron. Tot slot zijn er nog de vluchtpijpen, verspreid over het hele territorium.
Dassen leven in groep samen, toch gaan ze afzonderlijk op zoek naar voedsel. Het sociale leven beperkt zich tot de burchtsite.
Dassen kunnen tot 16 jaar oud worden. Jammer genoeg is het verkeer een grote bedreiging voor hen en halen ze die leeftijd zelden.
Een das houdt geen winterslaap, tijdens koudere periodes is hij wel minder actief.
 

 

Adopteer deze Das