Rehabilitatie en verzorging

De dieren die bij stichting/vzw De Zonnegloed binnenkomen werden vaak verwaarloosd, zowel qua verzorging als sociale omgeving. Bij stichting/vzw De Zonnegloed krijgen zij de professionele zorg die zij nodig hebben, zodat ze weer 'dier' kunnen zijn. Deze verzorging is onder te verdelen in drie categorieën: veterinaire zorg, voeding en gedrag.

  
Persoonlijk plan

De Zonnegloed vzw beschikt over een team van deskundige dierenartsen, gediplomeerde dierenverzorgers dat er naar streeft dat een dier zowel fysiek als geestelijk weer gezond wordt en blijft. Bij aankomst gaan dieren eerst in quarantaine. Hier worden zij medisch uitgebreid onderzocht. Voor ieder dier of dierengroep wordt een eigen behandelplan opgesteld, waarin onder meer resocilisatie, eventuele medicijnen en voeding aan de orde komen. Het gebeurt maar al te vaak dat een dier jarenlang verkeerde voeding kreeg toegediend (zoals snoep, koffie en cola), waardoor een persoonlijk afgestemd dieet noodzakelijk is. Zodra de dieren de quarantaine mogen verlaten, gaan ze naar hun nieuwe aangepast verblijf. Hier worden de dieren nog steeds goed in de gaten gehouden en verder behandeld. Elk jaar krijgen alle bewoners van De Zonnegloed een medische check, waarbij vaccinaties worden gegeven en we controleren of alles nog goed gaat. Zo niet, dan kan er worden ingegrepen.

Na-apen

Rust en een veterinaire zorg zijn essentieel voor de dieren die arriveren bij De Zonnegloed. Maar daarmee zijn we er nog niet: de dieren moeten vaak nog heel wat (af)leren. Veel van de dieren die wij opvangen, zijn sociale dieren. Door hun verleden hebben zij echter niet altijd kunnen leren hoe ze met soortgenoten moeten omgaan. Ze weten bijvoorbeeld niet hoe ze moeten communiceren of aan welke sociale regels ze zich moeten houden. Bij De Zonnegloed zijn we ervan overtuigd dat sociale dieren het gelukkigst zijn bij soortgenoten. Dus streven wij ernaar om elk dier in groep te houden.

Een dier die uit quarantaine komt, krijgt eerst de tijd om te wennen aan de nieuwe omgeving, de nieuwe dierenverzorger en het buitenverblijf. Daarna wordt het nieuwe dier eerst in een verblijf naast zijn soortgenoten geplaatst. Zo kunnen de dieren elkaar vast zien, ruiken en horen. Pas als er positief contact is, proberen de dierenverzorgers het nieuwe dier bij de groep te voegen. Vaak begint dat met één van de groepsleden, waarna geleidelijk de andere groepsleden geïntroduceerd worden. Tijdens dit proces observeren en registreren de verzorgers vaak het gedrag van de dieren. Veel dieren hebben nog nooit een andere soortgenoot gezien. De gedragsregels leren ze van groepsgenoten en door na-apen. Dit gaat niet altijd over één nacht ijs; er zijn soms wat ruzies voor nodig voordat een nieuw dier zijn plek in de rangorde kent en zich al bv. aap weet te gedragen.

Afleren

Bij de apen moeten de meeste dieren ook gewoontes afleren. Vooral ex-huisdieren zijn gewend aan aandacht van mensen en laten hun soortgenoten links liggen. Zo maak je nooit vrienden, natuurlijk! Door de dieren geen individuele aandacht te geven, stoppen ze hier eerder mee en zoeken ze sneller contact met hun soortgenoten.

Dieren die voorheen in kleine kooien zaten of eenzaam waren, vertonen vaak stereotiep gedrag zoals ijsberen of zelfs zelfverwonding. Door ze af te leiden met voedselpuzzels, speelmateriaal en soortgenoten, leren ze dat weer stap voor stap af. Het verschilt per dier hoe lang het duurt voor we hem of haar in een groep kunnen plaatsen. Dieren die heel jong bij hun moeder zijn weggehaald en daardoor geen sociale vaardigheden hebben geleerd, hebben bijvoorbeeld meer tijd nodig om dit alsnog aan te leren. Met veel geduld en aandacht lukt dit vrijwel altijd.